Floris Jespers, Clown Jean, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).

Floris Jespers (Borgerhout, 1889 – 1965, Antwerpen) was een sleutelfiguur binnen de Antwerpse modernistische avant-garde en is tot op vandaag een van de bekendste namen uit de Belgische kunstgeschiedenis van de vorige eeuw. Hij was voornamelijk schilder, maar ook beeldhouwer, muzikant, én graficus. Die veelzijdigheid spreekt uit de vele kunstwerken van zijn hand die zich in diverse Belgische museale collecties en privécollecties bevinden, zoals bij het KMSKA, Middelheimmuseum of KMSKB. In de Cera-collectie bij M Leuven bevindt zich, naast twee monumentale panelen uit het late Jespers-oeuvre, een bundel van 100 etsen.

De bundel werd in postume herdruk uitgebracht in 1978 in een oplage van 25 door Paul Freiburghaus, ter gelegenheid van een retrospectieve tentoonstelling in Vaalbeek. Die draaide volledig rond het grafisch werk van Jespers. Al bladerend ontdek je de vele kunststijlen en onderwerpen die Jespers zich gedurende zijn leven eigen maakte. Gevoelig als hij was voor internationale tendensen in de beeldende kunsten, experimenteerde hij zijn hele leven lang bewust met afwisselende beeldstrategieën en technieken, en gaf er zijn eigen invulling aan.

42_ClownJean(8A)_0.jpg
Floris Jespers, Clown Jean, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).

Als jonge kunstenaar was het voor Jespers niet makkelijk om zijn brood te verdienen. Hij tekende en schilderde al tijdens de Eerste Wereldoorlog en de eerste jaren van het interbellum, maar verdiende toen nog vooral de kost als muzikant. Hij speelde cello en trad samen met zijn broer Oscar op in de muziekzalen, cafés en theaters van Antwerpen en omstreken. De bundel staat bol van de scènes en figuren die Jespers in het vertier tegenkwam: clowns, acrobates en circuspaarden, obers en dansgasten. Met naald en plaat vereeuwigde Jespers de bonte bendes op papier, zij het met hier en daar een melancholische toets.

9_Mascarade(153)_0.jpg
Floris Jespers, Mascarade, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).
91_CompotieretGuitare(94C)_0.jpg
Floris Jespers, Compotier et Guitare, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).

Tijdens het interbellum maakte grafisch werk een groot deel uit van Jespers productie. Zijn etsen verluchtten vaak de boeken of dichtbundels van bevriende schrijvers, dienden voor afzonderlijke verkoop en werden tentoongesteld. In de jaren 20 werkte Jespers nu en dan in kubistische en constructivistische stijl, waar hij in de loop van jaren 30 weer resoluut van wegstapte. Ook behoorden schilderijen op doek of paneel en achterglasschilderingen (verres églomisés) tot Jespers productie tijdens het interbellum. Er zijn sprekende overeenkomsten tussen zijn schilderkunst en de etsen uit deze periode, wat doet vermoeden dat het grafische werk soms leidde tot een uniek kunstwerk of vice versa.

82_Basse-Cour(11C)_0.jpg
Floris Jespers, Basse-Cour, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).
Een versie in olieverf op doek van deze compositie bevindt zich onder de titel De Waterput (1926) in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België Brussel.
96_Rêve(3A)_0.jpg
Floris Jespers, Rêve, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).
Een versie van deze compositie bevindt zich als schilderij onder de titel Harlekinade (1929) in de collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België Brussel.

Samen met collega-artiesten Paul Van Ostaijen, Paul Joostens, zijn broer Oscar en anderen sloot Jespers in 1917 de ‘Bond zonder Gezegeld Papier’, een kunstenaarscollectief dat in het teken stond van de moderne kunst. Onderling werd er fel gecorrespondeerd over nieuwe ontwikkelingen en vaak kwam het tot een samenwerking. Meermaals illustreerde Jespers de gedichten van Paul Van Ostaijen of leverde bijdragen voor tijdschriften zoals Ça Ira!. Er was gedurende enkele jaren een hechte band tussen Jespers en Paul Van Ostaijen, tot aan diens jonge dood in 1928. Het befaamde gedicht Marc Groet ’s Morgens de Dingen (ca. 1925) is bijvoorbeeld opgedragen aan Jespers’ tweede zoon Marc. Floris illustreerde echter ook voor andere schrijvers, dichters en tijdschriften, zoals voor de bundel Klemmen Voor Zangvogels (1930) van Gaston Burssens of de roman Vastenavond van Theo Bogaerts.

80_IllustrationII(100)_0.jpg
Floris Jespers, Illustration II, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).
Een illustratie voor de bundel Klemmen Voor Zangvogels (1930) van Gaston Burssens.

Vanaf eind jaren 20 verging het Floris Jespers al heel wat beter. Vanaf dan bracht hij de zomermaanden vaak aan de Belgische kust door, in bijvoorbeeld De Haan, Middelkerke of Knokke. Uit deze verblijven kwamen vele strand- en zeezichten voort, waarvan ook de etsen getuigen. Rond die tijd zei Jespers zijn verkenning van het kubisme en constructivisme vaarwel en ging hij bewust op zoek naar een meer contemplatieve stijl die naar zijn mening minder aan de oppervlakte van de vorm bleef hangen. In een poging om kunst te maken die dieper inging op de individuele beroeringen van de menselijk ziel werkte Jespers vanaf dan steeds meer in een individualistische, expressionistische stijl.

84_PortIV(75C)_0.jpg
Floris Jespers, Port IV, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).
7_Baigneuse(157)_0.jpg
Floris Jespers, Baigneuse, uit Etsen I & II, postume druk, 1978, Cera-collectie | M Leuven, © de kunstenaar (foto: M Leuven).

Begin jaren 30 werden schilderijen van zijn hand onder meer opgenomen in de collectie van het KSMKA en van de Belgische Staat en had Jespers een groep verzamelaars en galeries om zich heen waarmee hij zijn kunstpraktijk verzekerd zag. Daarop volgden er onder meer opdrachten van monumentaal formaat voor diverse Wereldtentoonstellingen. Na de Tweede Wereldoorlog reisde hij meermaals naar Congo en legde hij zich voornamelijk toe op schilderen en beeldhouwen. Grafiek behoorde vanaf dat moment aanzienlijk minder tot zijn kunstpraktijk.

De etsprenten illustreren dus de eerste 25 jaar van Floris Jespers oeuvre. Ze worden samen bewaard in de depots van M Leuven en maken deel uit van een omvangrijke verzameling druk- en tekenkunst, van ca. de zestiende eeuw tot nu. In het najaar van 2020 wijdt M een volledige collectiepresentatie aan dit ‘prentenkabinet’. Hoe draagt een museum zorg voor kunstwerken op papier? Wat komt er daar zoal bij kijken? En welke geschiedenis kennen de prenten? Je ontdekt het vanaf november 2020 in M.

Auteur: Eveline De Wilde 

Date